
Het was lang geleden dat wij nog eens een atelierbezoek hadden, tijd dus dit tekort in ons activiteitenpakket ongedaan te maken. In de persoon van professor Willem Elias een meer dan groot kunstkenner/criticus vonden wij een partner in crime… Hij schotelt ons een ganse dag kunst met grote K voor in Gent.
Wij starten om 11u00 op de Visserij 108 in het atelier van Etienne Desmet, beeldhouwer en Hélène Knaepen, restaurateur. Toelichting door Willem Elias.
Wij proeven daar 4 lekkere wijnen, 2 rood, 2 wit van vrijzinnige humanist/wijnbouwer, Erwin Devriendt, voorgesteld door Rudi D’Hauwers, zaakvoerder van Geovino, vader van agogiek-alumna, Valérie, uitbater van Neuf, gift store A. Dansaertstraat 109, Brussel.
Het zal zowat 13u00 zijn als wij de voetjes onder de tafel zetten van restaurant Mub’art (Fernand Scribedreef 1, 9000 Gent) MSK. Het menu houden wij nog even in petto, maar het zal lekker zijn, zoveel is duidelijk (wordt ons ingefluisterd door kenners). Allergieën niet vergeten mee te geven bij inschrijving!
Om 15u00 worden wij verwacht in het SMAK voor een bezoek aan de tentoonstelling “Jan Van Imschoot, The End Is Never Near”. Toelichting door Willem Elias over één van de meest succesrijke hedendaagse schilders Jan Van Imschoot, een vrijdenker met verf en penseel.
Praktisch
Voor deze dag met meer dan gewone inhoud en meer dan gewone begeleiding vragen wij een luttele bijdrage van 30 euro per deelnemer. Het tekort wordt graag bijgepast door jouw Vriendenkring…
Inschrijven (uiterlijk 10 oktober!) via vriendenkring.vub.ehb.uzb@gmail.com én 30 euro/persoon overschrijven op rekening BE16 0689 4243 7374 van Vriendenkring Personeel VUB, EhB, UZBrussel met duidelijke vermelding “GENT”.
Bij de inschrijving eventuele allergieën niet vergeten.
Let wel! latere inschrijvingen of stortingen kunnen niet meer meegenomen worden wegens deadlines restaurant en museum.
Etienne DESMET (Gent 1943) studeert aan de Academie van Gent bij de beeldhouwers Robert Heylbroeck en Berten Coolens. Hij werkt eveneens in de ateliers van de schilders Jan Burssens en Pierre Vlerick. Daarna studeert hij aan het Hoger Instituut te Antwerpen bij de beeldhouwer Mark Macken. Sedert 1967 werkt hij jaarlijks een aantal maanden in de marmergroeven van Carrara (Italië).
Etienne DESMET behaalt heel wat onderscheidingen, waaronder de Prijs Ricard (Frankrijk), de Provinciale Prijs Oost-Vlaanderen, de tweejaarlijkse Rembrandt Bugattiprijs, enz.
Etienne DESMET doorloopt diverse stilistische periodes. Hij debuteert met plantenvormen, structuren waarin geometrische vormen in een ongewone sfeer geplaatst worden en die de sierlijke lijnvoering van de art nouveau weerspiegelen. Het zijn werken die de kloof tussen abstractie en figuratie vloeiend overbruggen. Op dat moment werkt hij vooral in marmer en polyester. Vanaf 1985 echter gaat hij ook kappen en zagen in hout. In een latere periode evolueert zijn werk sterk geometrisch met een contrasterend spel tussen materialen en tussen ruwe en gepolijste oppervlakten. Van dan af maakt hij ook beelden in brons. In de negentiger jaren realiseert hij vooral geometrische vormen in staal.
Willem Elias
Jan VAN IMSCHOOT (1963) wordt al eens in één adem vermeld met Luc Tuymans en Michael Borremans. Terecht, al kan je dan voor hebben dat je adem erbij inschoot. Het werk van beide koopmansen van de kunst is immers van een zachtzemigheid die je niet aantreft in het werk van Jan Van Imschoot. Grote kunstenaars dat wel. Met een internationaal tentoonstellingspalmares waarvoor je enkel de hoed kan afnemen. Maar toch te lieve prentjes, in mijn ogen. Bij Borremans vindt men geen spoor van enige maatschappelijke betrokkenheid en bij Tuymans hoeft men de handleiding te lezen. Dan kan men beweren dat hij antikolonialisme toont wanneer hij het portret van een miezerige, onbeholpen Koning Boudewijn in Congo schildert. En anti-nazisme wanneer men te weten komt dat een gezellig schemerend lampenkapje van mensenhuid blijkt gemaakt te zijn. En zo heeft hij wel een beeld voor elk maatschappelijk probleem.
Let op! Van Imschoot heeft geen bezwaren tegen het mercantiele van de kunst. “Ik heb liever dat men mijn werk koopt, dan dat men erin gelooft.”, liet hij zich ontvallen in een of ander interview. Inderdaad, zou men de filosofische vraag ‘Wat is kunst?’, beantwoorden als men zegt dat het ‘dat is waarvoor een kunstliefhebber zijn portefeuille boven haalt en een som op tafel legt die de markt van vraag en aanbod ruim overschrijdt’? Wat dat betreft zit Jan Van Imschoot goed, sinds hij samenwerkt met de Parijse/Brusselse galerie Templon. Twee jaar na elkaar een tentoonstelling in Parijs, is niet evident. Ook de boeken komen eraan. Vorig jaar een lijvige catalogus bij Templon en in februari dit jaar werd een boek voorgesteld in het SMAK, waar hij in de herfst een grote tentoonstelling heeft.
Dit verdiende succes is echter geen reden om een triootje op te zetten met de kunstenaars die een naamverwantschap hebben met Frans Laarmans en Boorman in ‘Lijmen/Het been’ van Willem Elsschot.
Zijn beeldtaal is van een heel andere orde. Als men toch Belgische verwantschappen wil aanduiden, valt beter een naam als Pjeroo Roobjee. Voor beiden geldt overigens wat Jos Verdegem vanuit Parijs aan een Gentse galerij in 1928 als handgeschreven curriculum toestuurde. Bij de rubriek “Vos Maîtres” vulde hij in: “Les anciens”. Maar vergelijken als kunsthistorische methodiek is niet nodig bij het oeuvre van Jan Van Imschoot.
Zijn sterk literaire schilderkunst -de bijbel is literatuur van goden in het diepst van hun gedachten- brengt beelden voort die ten volle het kernverschil tussen beeld en woord benutten.: het langdurig kortstondig treffen in een oogwenk, tegenover het lineaire verloop van een ontknoping.
Jan Van Imschoot schildert met pickels en tekent met mosterd, geen Talens, maar- Tierenteyn, beelden waarmee hij, om in culinaire beeldspraak te blijven, ongezouten zijn mening verkondigt. Geen ideologisch sloganeske boodschappen, waar wereldverbeteraars zitten op te wachten om hun vaandels mee te versieren; neen, ‘zijn’ mening. Al is ‘mening’ hier het verkeerde woord. Hoe krachtig het ook geworden is wegens het adjectief in het gevoelige concept ‘vrije meningsuiting’, toch is de mening eigenlijk het gedacht van iedereen. Het is de vertaling van wat Plato “doxa” noemt, waar hij Socrates voortdurend mee in tegenstelling brengt, de paradox. Dat komt meer in de buurt van de functie die Jan -behalve dat hij het schilderen niet kan laten – vervult met zijn kunst. Zoals Socrates wil hij een horzel zijn die de gedachteloosheid van de goegemeente bestrijdt door haar te steken. Alleen door zelftwijfel kan men ontevreden en kritisch zijn over de gevestigde manier waarop de heersende machten de dingen voorstellen. Jan Van Imschoot loopt niet op de agora rond met Jan en alleman te dialogeren. Wel met Jan, zichzelf en niet met alleman. Voor wie kijken wil maakt hij een agora bestaande uit schilderijen waarmee men praten kan, op onbeschaafde wijze. Vloekend en tierend zoals bij de waarheden uit een volkscafé, maar intelligenter. Hoewel Jan Van Imschoot het groteske niet schuwt en van verfijnde ironie vaak overgaat naar een sarcastische stamp in ‘de mannelijke organen, die om betere productie best een lagere temperatuur hebben dan die van het lichaam’ (zie: Groot Woke-woordenboek), heeft hij toch een zeer intellectuele relatie met de wereld in het algemeen en met de kunst in het bijzonder. Waarover dit allemaal gaat en hoe hij dit op een bijzonder interessante artistieke wijze tot uiting brengt, daarvoor ontbreekt hier de ruimte. Lees de boeken.
Willem Elias






